Interview met de vrouw van Shaykh Muhammad ibn Saalih Al-'Uthaimeen

    Vragen en Antwoorden 1 t/m 15



    VRAAG 1: Had er enige verandering plaatsgevonden in de motivatie van de Shaykh betreffende 'ilm (kennis), dawah, en aanbidding tussen zijn jeugd en zijn oudere jaren?

    ANTWOORD: Ik zag geen enkele afname of zwakte in zijn (rahimahullaah) motivatie voor kennis, dawah, en aanbidding, ondanks het feit dat hij ouder werd. Integendeel, zijn drukke schema bleef maar toenemen met de tijd, net als zijn aanbidding en oproep, tot op de hoogte,  dat hij (rahimahullaah) tijdens zijn intense ziekte geen moment onachtzaam was; hij bracht iedere seconde door met het gedenken van Allaah (subhanahu wa ta’aalaa), het aanbidden van Hem, het onderwijzen, en het geven van richtlijnen (leiding).


    VRAAG 2: Wat zag u in het leven van de Shaykh (rahimahullaah) wat u verbazingwekkend vond?

    ANTWOORD: Zijn leven was een voorbeeld om na te volgen, vooral zijn geduld en motivatie om de kennis te vergaren, en ook te onderwijzen en te verspreiden. Verder was zijn vroomheid iets, waarover degenen die niet dichtbij hem waren misschien niets hebben geweten.


    VRAAG 3: Hoe ging de Shaykh met zijn kinderen om in hun privé leven?

    ANTWOORD: Zijn omgang met zijn zoons en dochters gebeurde in twee stadia. Eerst; gedurende hun kinderjaren, verlangde hij (rahimahullaah) ernaar dicht bij hen te zijn, voor hen te zorgen, hen enkele Islamitische principes bij te brengen, en de resultaten van hun studie te volgen. Bovendien, zorgde hij ervoor dat hij hen begeleidde, vermaande en stimuleerde. Hij nam de kinderen bijvoorbeeld soms mee naar de masjid (moskee) om enkele van de fard (verplichte) gebeden te verrichten. Hij moedigde hen ook aan om enkele dagen van de Ramadan te vasten. Verder spoorde hij hen aan om enkele van de korte surahs uit de Qur’aan uit het hoofd te leren en beloonde hen daarvoor.

    In het stadium van jeugd en volwassenheid, was hij (rahimahullaah) streng betreffende hun vervulling van de religieuze verplichtingen en in het disciplineren bij gevallen van onachtzaamheid. Hij combineerde dat met leiding en mildheid. Op bepaalde momenten, aarzelde hij niet het nodige te doen om hun fouten te veranderen of te corrigeren. Bovendien, stelde hij (rahimahullaah) zijn volle vertrouwen op hen om bepaalde dingen te doen, zodat ze konden leren zelfstandig te worden; hij spoorde hen constant aan om rechtschapen te zijn en controleerde hen daar op.


    VRAAG 4: Waarom gebruikte de Shaykh (rahimahullaah) geen henna in zijn baard?

    ANTWOORD: Misschien had hij er de tijd niet voor. Ik dacht dat ik hem iets in die zin had horen zeggen.


    VRAAG 5: Wanneer werd de woede van de Shaykh heviger, en hoe ging hij met uw woede om?

    ANTWOORD: Zijn boosheid werd heviger als de onschendbare zaken van Allaah (subhanahu wa ta’aalaa) werden geschonden. Wat mijn boosheid tegen de kinderen betreft, probeerde hij mij eerst te kalmeren en vermaande dan degene die fout zat. Over het algemeen was hij (rahimahullaah) rustig en werd hij niet snel boos; wanneer het toch gebeurde, dan verdween zijn woede snel, en dat is een van de gunsten van Allaah (subhanahu wa ta’aalaa) voor hem, iets wat ik wenste voor iemand in zijn toestand.


    VRAAG 6: Hoe ontwaakte hij (rahimahullaah) uit zijn slaap? Was hij afhankelijk van een wekker, of vroeg hij iemand hem wakker te maken?

    ANTWOORD: Hij vertrouwde op Allaah (subhanahu wa ta’aalaa), daarna op de wekker, en dan op ons. Hij werd meestal wakker voordat de wekker afging en voordat ik hem zou wekken.


    VRAAG 7: Ging de Shaykh (rahimahullaah) wel eens naar buiten met zijn familie voor een picknick?

    ANTWOORD: Ja, de familie had een wekelijkse picknick op vrijdag na salaat al-jumu'ah (het jumu'ah gebed); we gingen dan naar een plek in de wildernis vlakbij en namen onze lunch mee. Hij gebruikte deze tijd om wat activiteiten met de kinderen te doen, zoals rennen en het oplossen van puzzels. Ook bracht hij een kleine geweer mee en hield een wedstrijd met zijn kinderen in mikken en schieten.


    VRAAG 8: Hoe vastte de Shaykh gedurende het jaar?

    ANTWOORD: De Shaykh (rahimahullaah) vastte gedurende zijn leven iedere maand consequent drie dagen. Daarnaast vastte hij zes dagen gedurende Shawwal, de tien dagen van Dhul-Hijjah, en de dag van ‘Aashooraa'.


    VRAAG 9: Hoe selecteerde de Shaykh de namen van zijn kinderen?

    ANTWOORD: Hij koos namen als ‘Abdullaah en ‘Abd ar-Rahman (1); hij liet de rest aan ons over voor onderlinge overleg. We kozen dan een naam en legden deze aan hem voor; hij aanvaardde deze of vroeg ons een andere te selecteren.

    (1) Dit zijn de namen van twee van zijn zonen.


    VRAAG 10: Wat waren een aantal van de zaken die de Shaykh (rahimahullaah) plezier deden?

    ANTWOORD: Er bestaat geen twijfel, dat de gelukzaligheid van de Shaykh (rahimahullaah) vergrootte op de momenten dat hij de kracht van de Islam en de Moslims zag. Wat zijn vreugde thuis betreft, kwam dat tot uiting in de samenkomsten met zijn familie en kinderen. Je zag ook de tekenen van plezier en geluk aan hem, wanneer zijn kleinkinderen op bezoek kwamen. Hij opende dan zijn mantel om ze eronder te laten en vroeg dan een paar keer naar ze voordat hij de mantel weer opende; hij deed dit meerdere malen. Hij nam ze dan later mee naar zijn bibliotheek, waar hij een speciaal soort snoepje bewaarde die zij “halawat abooye” (mijn vaders snoepjes) noemden. Wij zorgden er ook voor dat ze die snoepjes alleen bij hem konden vinden. Bovendien zorgde hij ervoor dat hij, ondanks zijn drukke agenda, zijn kleinkinderen thuis bezocht of in het ziekenhuis, als iemand van hen ziek was geworden; dit had een grote invloed op hen en hun ouders.


    VRAAG 11: Hoeveel kinderen had de Shaykh (rahimahullaah)?

    ANTWOORD: De Shaykh had vijf zonen en drie dochters.


    VRAAG 12: Wie van zijn kinderen was hem het dierbaarst?

    ANTWOORD: De Shaykh ging rechtvaardig om met zijn kinderen betreffende alle zaken, of deze (zaken) belangrijk waren of niet. Als hij enige soort van verschil tussen hen maakte, dan uitte hij dat niet openlijk, omdat dit niet rechtvaardig is. Als hij erop gesteld was om rechtvaardig te zijn in zaken die minder belangrijk waren dan dit, wat zouden we hier dan moeten verwachten?


    VRAAG 13: Wie van zijn kinderen was het meest getroffen door zijn dood?

    ANTWOORD: Dat waren ze allemaal, en feitelijk is het zo, dat ik het gevoel had dat we hierin niet alleen waren, aangezien hij een vader was voor Moslims over de gehele wereld, die bij zijn dood allen diep geschokt waren.


    VRAAG 14: Wie is zijn jongste kind?

    ANTWOORD: De jongste is een dochter van 21 jaar.


    VRAAG 15: Welke stappen ondernam de Shaykh in zijn zoektocht naar kennis, en wat was daarin uw rol?

    ANTWOORD: De Shaykh (rahimahullaah) begon met lesgeven in de Grote Moskee in Unayzah, na de dood van zijn Shaykh, ‘Abd ar-Rahman ibn Naasir as-Saa’di (rahimahullaah), nog voordat ik met hem getrouwd was. In die tijd beschouwde hij zichzelf als een student van kennis.

    Wat mijn steun betreft uitte dit zich in, dat ik hem niet afleidde van zijn zoektocht naar kennis en het verspreiden ervan. Ik gaf en stelde datgene beschikbaar, wat hem in zijn inspanning zou ondersteunen. Ik volgde ook de kinderen en zorgde voor hen, behalve in zaken die zijn kennisgeving vereisten, zodat hij de kinderen kon leiden, vermanen en een oplossing kon zoeken.