Vraag 16: Hoe combineerde hij de dawah, die het meeste van zijn tijd innam, met zijn familiaire en sociale verantwoordelijkheden?
Antwoord: Hij organiseerde zijn tijd en gaf dit veel aandacht. Bijvoorbeeld; hij besteedde zijn tijd aan onderwijzen, fatawa, dawah, aanbidding, de familie, de kinderen, sociale verantwoordelijkheden, en het onderhouden van familiebanden. Als hij op bepaalde momenten niet direct kon deelnemen aan enkele van deze verantwoordelijkheden, dan was hij nog steeds gedreven om deel te nemen, zelfs via de telefoon.
Vraag 17: Wat was zijn beleid betreffende het onderwijzen en begeleiden van zijn kinderen?
Antwoord: Zijn beleid was onderwijs; echter dwong hij zijn kinderen niet om een specialisatie te zoeken, in plaats daarvan overlegde hij met hen betreffende deze beslissing. Het duidelijke bewijs is, dat zijn kinderen afstudeerden op verschillende scholen, sommigen sharee’, anderen militaire, en ook onderwijskundige.
Vraag 18: Met in acht name van het werk en de verplichtingen van de Shaykh, leidde dit onvermijdelijk tot het feit dat hij weg van huis en de familie was. Wat was uw rol betreffende deze kwestie, en hoe nam u zijn plaats in tijdens zijn afwezigheid (rahimahullaah)?
Antwoord: Zelfs als hij weg van huis was, of het nou voor onderwijzen en de oproep was binnen Unayzah of terwijl hij op reis was, hield hij altijd contact met zijn kinderen via telefoongesprekken en door het controleren van hun zaken bij zijn terugkomst. Mijn rol is niet eens noemenswaardig omdat we altijd zijn aanwezigheid bij ons voelden. Over het algemeen liet ik de kinderen zien dat de verantwoordelijkheden van hun vader enorm waren en dat hij veel werk had. Op die manier spoorde ik hen aan om er geduldig mee te zijn, en hij (rahimahullaah) compenseerde hen bij zijn terugkomst.
Vraag 19: Zou u kunnen vertellen over zijn aanbidding thuis?
Antwoord: Hij was gedreven om de as-sunan ar-rawatib (regelmatige sunnah gebeden) te verrichten, behalve in beperkte omstandigheden. Hij (rahimahullaah) werd zo vaak als mogelijk wakker in het laatste deel van de nacht en verrichtte dan de witr (het gebed) vòòr fajr, naast de gedenkingen (van Allaah) en istighfar die hij continu deed.
Vraag 20: Wat was zijn dagelijkse programma? Bijvoorbeeld; wanneer sliep hij en werd hij wakker, en wanneer at hij ontbijt, lunch en diner?
Antwoord: De Shaykh stond op in het laatste derde deel van de nacht, terwijl hij zo veel bad als Allaah (subhanahu wa ta’aalaa) wenste, en verrichtte dan de witr vòòr de adhan (oproep tot het gebed) van fajr. Na de adhan, bad hij de gewoonlijke sunnah (gebed) van fajr. Vervolgens maakte hij zijn familie wakker voordat hij op weg ging om salaat al-fajr te verrichten in de masjid. Hij kwam dan terug naar huis om zijn dagelijkse gedenkingen te doen in de binnenplaats en een deel uit de Qur'aan te lezen tot ongeveer zonsopgang. Hij sliep dan ongeveer tot 8 uur (s'ochtends). Dit was op de dagen dat hij geen les gaf aan de universiteit.
Nadat hij weer wakker werd, at hij wat ontbijt en maakte dan zijn werk en leerstukken af in zijn studeerkamer. Hij bad ook salaat ad-duhaa voordat hij naar de masjid ging voor salaat adh dhuhr. Bij terugkomst, at hij lunch met zijn familie tot ongeveer 13:30. Vervolgens ontving hij telefoongesprekken tot ongeveer 20 minuten vòòr ‘asr. Hij rustte dan vijftien minuten of minder voordat hij naar de masjid ging om ‘asr te bidden en te voldoen aan de behoefte van mensen die naar de masjid kwamen en wisten dat hij daar zou zijn. Hij keerde dan terug naar zijn studeerkamer, nadat hij aan de behoeften van de mensen had voldaan, om te lezen voordat hij opnieuw naar de masjid ging voor maghrib (gebed) en zijn dagelijkse lessen, die tot aan isha duurden. Gewoonlijk kwam hij daarna terug naar huis om een lichte maaltijd te eten voordat hij naar zijn studeerkamer ging om óf lezingen te geven aan het buitenland via een telelink of meetings te houden. Dit was ongeveer zijn regelmatige agenda voor het grootste deel van het jaar, hoewel het veranderde gedurende sommige seizoenen als Ramadan, Hajj en de zomervakantie.
Er waren ook enkele weekelijkse verplichtingen, en deze vonden ofwel thuis of buiten het huis plaats. Een enkele van zijn wekelijkse verplichtingen waren: Ontmoetingen op woensdagavond met de rechters, ontmoetingen met de imaams die stonden ingepland om de khutbah of jumu’ah in de masjid te geven, ontmoetingen met het personeel en professoren van de universiteit, en ontmoetingen met de mensen van hisbah (degenen die zich bezighouden met het aansporen tot het goede en het verbieden van het slechte) tot 11 of 12 uur s'avonds, daarna ging hij slapen.
Vraag 21: Wat was zijn schema tijdens de Ramadan, in het bijzonder na de iftaar?
Antwoord: Tijdens de Ramadan had de Shaykh (rahimahullaah) een ander schema. Hij bracht het grootste deel van zijn tijd door in de Masjid, terwijl hij de Qur'aan reciteerde en in de behoeften van de mensen voorzag. Ook nodigde hij enkele studenten van kennis en armen uit om iftaar bij ons thuis te eten. Na salaat al-isha kwam hij terug naar huis voor het avondeten en om fatawa te geven over de telefoon. Daarnaast kwamen veel mensen bij ons thuis om de Shaykh (rahimahullaah) salaam te zeggen (te begroeten) of om om een fatwa te vragen.
Vraag 22: Waar bracht de Shaykh (rahimahullaah) graag de rest van zijn tijd door?
Antwoord: In werkelijkheid, had de Shaykh (rahimahullaah) geen tijd over; hij was de hele tijd druk. Zelfs wanneer hij bij ons zat, rinkelde de telefoon soms, en bracht hij een lange tijd door met het beantwoorden van het telefoontje. Zijn resterende tijd bracht hij door met het overbrengen van kennis, het vervullen van de behoeften van mensen, en fatawa.
Vraag 23: Hoeveel uur per dag sliep de Shaykh (rahimahullaah)?
Antwoord: De aaneengesloten uren overtroffen niet 3 tot 4 uur. In totaal was het niet meer dan 6 uur per dag.
Vraag 24: Wie van onder de studenten van de Shaykh prees hij, noemde hij vaak en was hij blij met hun bezoeken?
Antwoord: Hij (rahimahullaah) keek op dezelfde manier naar al zijn studenten. Allemaal waren ze zoals zijn zonen, en hij prees niemand van hen in het bijzonder. Hij keek naar hen op een gelijkwaardige manier wanneer hij hen ontmoette of in het huis verwelkomde. Ook nam hij deel aan hun speciale aangelegenheden, ontmoetingen, uitstapjes, of hielp hij hen wanneer ze iets nodig hadden.
Vraag 25: Hoe ging de familie van de Shaykh (rahimahullaah) om met zijn ascese en vroomheid?
Antwoord: We zagen hem (rahimahullaah) als een voorbeeld in alle zaken, en we eerden zijn ascese en vroomheid, wat ons geruststelde aangezien hij (rahimahulllaah) niet hield van onnatuurlijke gemanierdheid noch wilde hij dat om zich heen hebben. Hij was een eenvoudige persoon die hield van gemak in al zijn zaken.