An-Nawawi (rahimahoellaah) heeft gezegd:

“Onze mening en dat van Maalik, Ahmad en de meerderheid is; dat zakaah pas verplicht is op bezit wat onderworpen is aan zakaah en waarvoor een jaar moet zijn verstreken, zoals goud, zilver en vee, wanneer de nisaab (drempelwaarde) [1] aanwezig is gedurende het (hele) jaar. Indien het op een bepaalt moment gedurende het jaar onder de nisaab komt te liggen, dan wordt dat jaar geschrapt, en indien de nisaab daarna weer wordt bereikt, dan dient een nieuw jaar te worden berekend vanaf het moment dat de nisaab opnieuw werd bereikt.”

Al-Majmoe’ (5/506)

Indien we ervan uitgaan dat dit geld de nisaab had bereikt aan het begin van het jaar, het toen vervolgens onder de nisaab kwam gedurende het jaar, dan hoeft hierover geen zakaah betaald te worden, en het in acht nemen van een nieuw jaar begint wanneer het de nisaab weer opnieuw bereikt.

Een voorbeeld: indien de hoeveelheid geld de nisaab (drempelwaarde) bereikt gedurende de (maand) Rajab, het vervolgens onder de nisaab komt gedurende (de maand) Ramadaan, je vervolgens meer geld binnenkrijgt waardoor het de nisaab weer bereikt in (de maand) Dhu’l-Hijjah, dan zou je een nieuw jaar in acht moeten nemen vanaf (de maand) Dhu’l-Hijjah.


[1] Indien de hoeveelheid geld de minimale drempelwaarde (nisaab) bereikt – wat gelijk is aan 85 gram goud of 595 gram zilver – en een volledige hijri jaar voorbij is gegaan sinds je het hebt verkregen, dan dient men daarover zakaah te betalen. Dit vanwege de algemene betekenis van het bewijs, dat zakaah betaald dient te worden over bezit wat onder de zakaah valt, wanneer er een jaar voorbij is.