Het is overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah (sallallaahu ‘alayhi wassallam) de zakaat ul-fitr heeft verplicht gesteld voor de moslims met een hoeveelheid van één saa’ dadels of één saa’ gerst, en hij heeft bevolen om het te geven vóórdat de mensen naar het gebed gaan – dus het ‘Ied gebed. En in de Sahiehayn is er overgeleverd dat Aboe Sa’ied al-Khudri (radyallaahu ‘anhu) heeft gezegd: “In de tijd van de boodschapper van Allaah, gaven we we één saa’ aan voedsel, of één saa’ dadels, of één saa’ gerst, of één saa’ kaas, of één saa’ rozijnen…” Een aantal geleerden hebben het woord voedsel (ta’aam) in deze hadieth geïnterpreteerd alszijnde tarwe, en anderen hebben het geïnterpreteerd alszijnde de hoofdvoedsel van de lokale bevolking, wat het ook is, of het nou tarwe is, mais of iets anders. En dit is de juiste mening, omdat de zakaah een (soort) hulp is van de rijken aan de armen, en de moslim behoort niet te helpen met iets anders dan de hoofdvoedsel van zijn land. Wat gegeven moet worden is één saa’ van allerlei soorten (voedsel), wat vier keer de hoeveelheid is wat wordt opgeschept met twee handen, wat ongeveer drie kilogram is. Indien de moslim een saa’ rijst geeft of een andere soort hoofdvoedsel van zijn land, dan volstaat dat.

Het eerste moment (i.e. de begintijd) waarop men het kan geven is de nacht van de 28e (van de Ramadaan), omdat de metgezellen van de Profeet (sallallaahu ‘alayhi wassallam) het één of twee dagen vóór de ‘Ied gaven en de maand heeft of 29 of 30 dagen.

Het laatste moment waarop het gegeven mag worden, is het ‘Ied gebed (dus het ‘Ied gebed is de eindtijd), maar het is niet toegestaan om het uit te stellen tot ná het gebed, vanwege de overlevering van ibn ‘Abbaas (radyallaahu ‘anhumaa), dat de Profeet (sallallaahu ‘alayhi wassallam) heeft gezegd:

مَنْ أَدَّاهَا قَبْلَ الصَّلَاةِ فَهِيَ زَكَاةٌ مَقْبُولَةٌ وَمَنْ أَدَّاهَا بَعْدَ الصَّلَاةِ فَهِيَ صَدَقَةٌ مِنْ الصَّدَقَاتِ

“Wie het vóór het (‘Ied) gebed gegeven heeft, dan is het een geaccepteerde zakaah (al-Fitr), en wie het ná het gebed heeft gegeven, dan is het een (gewone) sadaqah (liefdadigheid).” [Aboe Daawud 1609, Ibn Maajah 1827]

Het is volgens de meeste geleerden niet toegestaan om de waarde ervan te geven (dus in geld), en het bewijs voor deze mening is sterker. Echter zou het (dus) gegeven moeten worden in de vorm van voedsel, zoals dat was gedaan door de Profeet, Zijn metgezellen en de meerderheid van de Ummah. We vragen Allaah ons en alle moslim te helpen om Zijn religie te begrijpen en er aan vast te houden. Moge Allaah onze Profeet Muhammad zegenen,zo ook zijn familie en metgezellen.

Shaykh Ibn Baaz (rahimahullaah). Majallah al-Buhoeth al-Islamiyyah, nr 17, p. 79-80