De geleerden van al-Lajnah ad-Daa-imah hebben gezegd:

Met betrekking tot het bidden achter een innoveerder (i.e. die innoveert binnen de religie); indien deze bid’ah (religieuze toevoeging) shirk (afgoderij) is, zoals het aanroepen (ad-Du’aa) van iemand anders dan Allaah, het afleggen van Geloften (an-Nadhr) bij iemand anders dan Allaah, of het geloven dat hun Shaykhs eigenschappen bezitten die Allaah alleen toebehoren – zoals perfecte (alomvattende) kennis, kennis van het ongeziene (‘ilm ul-ghayb) of macht om zaken te beïnvloeden – dan zijn de gebeden die achter hen worden verricht niet geldig. Indien hun bid’ah geen shirk is, zoals het opzeggen van adhkaar (woorden van gedenking van Allaah) die zijn overgeleverd door de Profeet (salallaahoe ‘alayhi wassalam), maar dan in gemeenschap en het wiegen van de ene kant naar de andere kant, dan zijn de gebeden achter hen geldig. Echter zou de moslim een imaam moeten zoeken (om achter te bidden) die geen mubtadi’ (innoveerder) is, omdat hij meer beloning zal krijgen en (hij) verder is van het kwaad.

En bij Allaah ligt het succes, wa sallallaahoe ‘alaa nabiyinaa muhammad wa aalihi wa sahbihi wa salam.

Fataawaa al-Lajnah ad-Daa-imah 7/353