De sunnah verduidelijkt, dat de Profeet (salallaahoe ‘alayhi wassalam) de basmalah (bismillaahir rahmaanir rahiem) opzei in het gebed vóór al-Faatihah en vóór andere suwar (mv. van surah), afgezien van Surah at-Tawbah [1], maar hij zei het niet hardop in de gebeden waarin hij de Qur’aan hardop reciteerde.
Fataawaa al-Lajnah ad-Daa’imah – 6/378
[1] [En dit geldt ook wanneer de persoon iets gaat reciteren vanuit het midden of het einde van een surah, in dat geval is het niet voorgeschreven voor hem om de basmalah op te zeggen, zie ook fatwa 6/380]

