Het doen van du’aa ná de (vijf) verplichte gebeden behoort niet tot de Sunnah, indien het samen gaat met het opheffen van de handen. Of dat nou gedaan wordt door de imaam alleen of iemand van de gemeenschap alleen, of (dat het gedaan wordt) door hen samen. Echter is dat een bid’ah (religieuze innovatie); omdat het niet is overgeleverd van de Profeet (salallaahoe ‘alayhi wassalam) en niet van zijn metgezellen (radyallaahu ‘anhum), dat zij dat hebben gedaan. Wat (het doen van) du’aa zonder dat (i.e. het opheffen van de handen) betreft, dan is daar niets mis mee, omdat daarover enkele ahaadieth (overleveringen) zijn.
Fataawaa al-Lajnah ad-Daa’imah

